Skip to content

Les Demoiselles de Rochefort

In het Filmmuseum, tijdens het kijken naar de film ‘Les Demoiselles ont eu 25 ans’ van Agnes Varda, rolt zomaar een traan over mijn wang. Zomaar?

De film voert terug naar het jaar 1966. Mijn zusje Clara en ik zitten op de christelijke middelbare meisjesschool 'Van Limburg Stirum' in Arnhem. Daar krijgen we extra lessen in Franse conversatie van mevrouw Ploeg. Ze is streng en ook aardig. Ze vindt dat we beroepsmatig met Frans moeten doorgaan.  De taal heeft voor ons echter een ander doel, want we hebben het stadium jongens en Frankrijk bereikt. We vinden Franse jongens leuk, leuker dan Nederlandse. Franse jongens zingen ‘je t’aime’, terwijl Nederlandse jongens je pesten als je naar Franse muziek luistert. We vinden alles in Frankrijk beter: de taal, muziek, films en sterren van Sylvie Vartan, Francoise Hardy, tot Jean Paul Belmondo en Alain Delon. We lezen over ze in de tijdschriften Salut les Copains en Mademoiselle Age Tendre, knippen foto’s uit en kunnen niet wachten tot de week voorbij is om onze slome Ryam schoolagenda’s op te vullen met hun super fotootjes.
Zo zijn we ook op de hoogte van de muziekfilm Les Demoiselles de Rochefort, die de cineast Jacques Demy maakt in Rochefort met de mooie zusjes Cathérine Deneuve en Francoise Dorléac in de hoofdrol. Deneuve hebben we eerder gezien in de Arnhemse Luxor bioscoop in een andere musical van Demy, Les Parapluies de Cherbourg (1964). Een meeslepend drama, helemaal gezongen op muziek van Michel Legrand. Maar de jongens hebben de voorstelling verpest, omdat ze niet tegen het zingen kunnen en aldoor ‘Non!’ roepen te blèren door de zaal.

Kamperend op vakantie in Normandië met onze ouders en jongste zus, gaan wij 's avonds naar het Casino om Les Demoiselles de Rochefort te zien. Als francofielen moeten we de film wel mooi vinden; we bewonderen de zusjes, hun witte in pastelkleur afgebiesde jurkjes en de aankleding. Binnen een mum van tijd zoemt het liedje ‘nous sommes les deux jumelles, né sur le signe des Jumeaux, mi fa so la mi re, mi fa so so so re do’ door onze hoofden (al vinden we in stilte dat de zusjes niet echt goed zingen).
We verdiepen ons er niet in wat de film doet voor Rochefort, beseffen niet dat de stad met de film op de kaart is gezet. De stad blijkt er zelfs zo blij mee, dat bij het 25-jarig bestaan in 1992 feest wordt gevierd. Demy’s vrouw, de innemende cineaste Agnes Varda en de altijd prachtige actrice Catherine Deneuve worden uitgenodigd om het feest op te luisteren. Er is genoeg reden voor melancholie, want zowel Demy als Francoise Dorleac zijn dood. Niettemin gaan ze op de uitnodiging in, zijn goedgehumeurd. Varda maakt opnamen van alles en iedereen. En monteert deze met eerder gemaakte opnamen in Rochefort. Ze maakt het tot Les demoiselles ont eu 25 ans, de film waar ik naar kijk. Het is een vrolijke boel, de filmscènes èn de repetities, de outtakes met Gene Kelly, zingend en dansend door de stad zijn meesterlijk.
Dan komt ineens een ver verborgen herinnering van de vakantie bovendrijven. Daar is het strand, de ontmoeting met Franse jongens, slokjes cola, zoenen in het Casino en in de tent, oelala en tralala…En dan...de terugreis in de auto naar Nederland. We zijn bruin, onze haren blond van zon, net als onze Franse idolen. ‘Mi fa so la mi re, mi fa sa so so so re do’ zoemt het door onze hoofden. Terwijl de beelden langstrekken, de herinnering aan de 25e verjaardag van de film, voel ik ineens het liefdesverdriet na de leuke zomervakantie. Alsof het nooit meer over zou gaan. En rolt een traan…
Toen de Franse jongen me daarna uitnodigde met kerstmis naar zijn woonplaats Nantes te komen, ging ik niet.  Ik had daar nooit meer aan gedacht, tot ik Les Demoiselles ont eu 25 ans zag. Wat zou er gebeurd zijn als ik wel was gegaan, hoe anders zou mijn leventje gelopen zijn? Het liedje zit weer in m’n kop. De agenda is er nog. Op de 1e bladzijde naast het lesrooster is een fotootje uit de film geplakt.

Heel even was ik weer 15. Ik zou nog wel eens zo zorgeloze vakantie willen vieren. Wat een verrassing, wat een troost. Je vous remercie, madame Varda.