Skip to content

Barbara Hin, beelden hechten met een knipoog

Terugdenkend aan springlevende momenten in de ontmoetingen met Barbara, is het nauwelijks te bevatten dat zij gestorven is.

Barbara bouwde al snel als filmeditor een reputatie op, nadat ze de documentaire Amsterdam global village (1996) monteerde met cineast Johan van der Keuken. Al voegde ze zich naar de filmmaker, toch drukte ze gaandeweg meer haar stempel op films van anderen, zoals die van haar vriendin Carin Goeijers, onder meer But now is perfect (2018). En van vriendin Denise Janzée die ruiterlijk toegeeft dat het succes van de recente film Vieren wat kapot is mede aan haar te danken is.

Ik zag Barbara vaker als editor van films van haar vader Kees, waar ik aan meewerkte: Theresienstadt: film of waarheid (1995), de Match (2008), De beslissing van Wim Maljaars (2011) en De Fietser (2018). Zij werkte ook in andere disciplines; zo was ze regieassistente én editor bij de speelfilm Het Schaduwrijk (1993). Op de vraag hoe ‘anders’ het werken was met haar vader, zei ze:

‘Hij heeft het allemaal al uitgedacht, heeft een voorkeur voor bepaalde schnitts. Als ik het iets sneller wil doen, vindt hij dat niet leuk. Bijvoorbeeld als je een persoon al hoort praten voor dat deze te zien is…Nee, zo gaat dat niet bij hem. Eerst kijken, aanraken, en daar na pas toevoegen, vertellen. Het mag niet ‘zomaar’ worden verbeeld. We hebben daar wel strijd over gevoerd, maar hij wil het zo. Op het moment kan het irritant zijn. Het is zijn stijl en het is op zich prettig te zien als een film een eenheid, ritme krijgt. [….] Ik word er niet door gehinderd dat hij mijn vader is. Het is eerder andersom, je kunt gemakkelijker dingen tegen elkaar zeggen. Het gaat ook altijd over film.’ (In: De 250 blikken film van Kees Hin, 2016).

De korte films die ze zelf regisseerde, onder meer Door de muur (1990) en Steigerpijp (2009) met muzikanten van het ICP Orchestra, kun je benoemen als ‘surreële komedies’. Subtiele, grappige filmpjes. In Door de Muur, achter twee voordeuren en een trappenhuis, maakt een huisvrouw zingend de trap schoon. Zij is de spil, het verbindende element tussen trappenhuis en bewoners in een op- en neergaande beweging, ieder behept met zijn eigen ‘dingetje’, een typisch B.-woord. 'Dat is nog een dingetje' hoor(de) je haar zeggen in de montage als er nog iets in/aan een scène moest gebeuren.

Toen Barbara begin november ziek werd, kwam vlak daarna tijdens Idfa de door haar gemonteerde film: Allen tegen allen (All against all) uit, een moedige, documentaire van Luuk Bouwman over het vooroorlogse fascisme in Nederland. Daarna op 16 mei, zond AVRO’s Close Up de film uit Vieren wat kapot is van Denise Janzée over het kunstwerk 'Portrait of the nail behind the canvas' van  kunstenaar Bas van Wieringen. Een vermakelijke film over moderne kunst. Met een onvergetelijke scène waarin een krantenfotograaf met een enorme lenstoeter in het Frans Hals museum op de trap staat en geen idee heeft waar het kunstwerk zich bevindt. In het puzzelend rondkijken zie ik een ‘B.’ edit; de vertwijfeling bij de fotograaf met al die toeters en bellen ten opzichte van het vrijwel onzichtbare kunstwerkje, geeft weer wat omgaat in het hoofd van de fotograaf en daarmee van de toeschouwer: Wat is dit? Word ik voor de gek gehouden, is dit komisch of echt?

Zij, wij zullen het voortaan moeten doen zonder Barbara’s kwinkslag, zonder haar knipoog. De (documentaire) wereld verliest een buitengewone editor, leuke vrouw, goede vriendin, trouw nichtje, lieve zus en dochter. Altijd aan het werk, heeft ze aan één stuk door bijgedragen aan de documentaire film. En wie weet hoeveel plannen zij had met haar vriend, filmmaker Robin van Erven Dorens, met wie zij onder meer zijn intrigerende film Lagonda (2003) monteerde, over de in de oorlog ingepikte oldtimer van zijn grootvader. Of met Floris J. Hin, haar oom de scheepstuiger, die met bezetenheid instructies geeft in hun film Staaldraad splitsen (2001) zie: https://www.lvbhb.nl/ambachten/staaldraad-splitsen. En met kunstenaar/filmmaker Steve McQueen, voor wie ze verschillende korte films monteerde (voor onder andere de Biënnale Venetië in 2007).

Naarmate ik vaker bij het gezin van filmmaker Kees Hin aan huis kwam, had ik Barbara ook goed leren kennen en beschouwde haar een beetje als een jonger zusje (tussen ons zo’n twaalf jaar leeftijdsverschil). Barbara veranderde van meisje tot sterke vrouw met een duidelijke wil in het maken van keuzes. Meermalen voerde ze de regie. Pesten kon ze ook, als een zusje: 'Daar heb je haar weer, hoor'.

De afgelopen dagen schieten me o, ja momenten te binnen, waar we waren: op het Rotterdamse filmfestival, op verjaardagen en o ja, met producent Leen van den Berg in het café aan de Overtoom, de voormalige Filmacademie-kroeg, waarin de dingen niet meer van plaats wisselden, als in het Beanery cafeetje van kunstenaar Kienholz. Verstild in de tijd. De gebeurtenissen keren nu geïsoleerd terug als bijzondere momenten. Ja, nu.

In de vroege ochtend loop ik een dagelijks rondje door het Sarphatipark. In het park kwam ik haar wel eens tegen, ze woont, woonde in dezelfde buurt. Die ontmoetingen waren altijd verrassend. Barbara is, was leuk. Gisterochtend leefde zij nog. En vandaag - net als gisteren - is er een mooie ochtendzon die het licht en de schaduw werpt in de straten. Weer komt de vroege jogger in het oranje voorbij, opnieuw de wandelaars met hun hondjes (vandaag zijn alle hondjes wit). Daar ligt een figuur in lakens te slapen tussen de struiken, terwijl de vogels boven hem kwetteren. Hier vlakbij hipt een ekster door het gras. En daar in de hoek zwoegen de vroege sporters, twee boksende vrouwen. Verderop snelt een man in pak naar zijn werk met een tas in de hand. Het is alsof je voor je ziet hoe Barbara die beelden zou monteren in korte volgorde, zoals zij dit deed voor de film De Fietser: Beelden aan elkaar hechtend met een knipoog.