OORLOGSWINTER FILM OPNAMEN, Litouwen 2008.

Het was een raar reisje, naar Litouwen. Ik was meegegaan met Els Vandevorst, die de  Nederlandse film ‘Oorlogswinter’ mede produceert. De opnamen vinden daar deze winter grotendeels in de bossen plaats.

In de hoofdstad Vilnius hadden Els en ik de avond voorafgaand aan de eerste opnamedag door de oude stad gelopen op zoek naar een restaurant. Daar was ik op een aflopende stoep met mijn voet in een kuil blijven haken en keihard met mijn kop tegen de vensterbank van een restaurant gevallen.

Ik had een grote buil op mijn hoofd, maar wilde me niet laten kennen. En ging de volgende dag dus met Els mee naar de opnamen in de Litouwse bossen. Mijn rechteroog was zo dik als een paars ei en zat dicht. Het gaf wel een mooi plaatje, vond de crew; de vrouw, die de kostuums verzorgde, kwam op me af met haar camera en vroeg: ‘Mag ik een foto van je oog maken?’ En regisseur Martin Koolhoven, die het bekeek, zei dat als je zo’n oog zou grimeren, niemand zou geloven dat het echt leek!
Met het goede linkeroog bespiedde ik de situatie op de set. Het leek heel echt, toen een legertje figuranten in Duitse uniformen met helmen op en geweren onder de arm kwam aanlopen. Alweer Duitse uniformen! Hoe vaak zijn ze al in films gebruikt? Ze gaan heel wat jaren langer mee dan de oorlog in werkelijkheid duurde (of worden nog steeds nagemaakt). Wie na W.O. 2 een kostuumbedrijf zou zijn begonnen in Nazi oorlogsuniformen en helmen, zou nu toch minstens miljonair moeten zijn? was de gedachte, terwijl ik ’soldaten’ onbeschaamd met de videocamera filmde. Ze stonden te wachten op Koolhoven’s aanwijzingen en baggerden vervolgens door de sneeuw tussen de bomen, speurend naar een RAF soldaat.
JAMIE

De soldaat, de Engelse acteur Jamie Campbell Bower (te zien in ‘Sweeney Todd: The Demon Barber of Fleet Street’), verborg zich in een goed gebouwde schuilplaats in het bos. Hij werd daar stiekem uitgehaald door de 14-jarige Martijn Lakemeier, die als held Michiel de rol van zijn leven speelt. Martijn, wollen muts, colbertje met schoudertas, bekeek tussen de opnamen door de ouderwetse leren schoenen aan zijn voeten, die hij nooit eerder had gedragen. Voor een andere opname mende hij stoer paard en wagen, als hij op de vlucht is voor de vijandelijke Duitse soldaten om ‘zijn’ Britse soldaat te redden. De her en der rondlopende Duitse soldaten in de achterhoede speelden niet dreigend; hun uniformen en helmen waren op zich bedreigend genoeg.  
Film is illusie. Ook sneeuw kan dat zijn. Het had in werkelijkheid moeten sneeuwen in de dichtbegroeide Litouwse bossen. Ook in februari sneeuwt het er altijd. Vorig jaar nog, toen in de witte, bevroren wereld de Amerikaanse thriller “Transsiberië” opgenomen werd. Op de vroege ochtend van 11 februari kwam er toch zowaar nog sneeuw uit de lucht vallen, die licht bleef liggen op bospaden en boomtakken. Maar niet genoeg. 
Het gelijknamige boek van Jan Terlouw waar de film op is gebaseerd, speelt zich af in de barre winter van 1944/’45. Productie en regie stond voor de keuze: sneeuw of geen sneeuw. Gekozen werd voor sneeuw. Daarom verplaatste een groot deel van de productie zich naar Litouwen. Was de keuze juist? Men had ook voor nepsneeuw kunnen kiezen in Nederland. Toch zijn er meerdere redenen om de keuze te laten vallen op de Litouwse bossen: De locatie ligt een kwartier rijden van Vilnius en toch bevindt je je in ongerepte natuur, temidden van berken, dennen en sparren. Het is volkomen stil. Je hoort niets van het verkeer. Zelfs geen vliegtuig ronken. Kom daar maar eens om, in Nederland. In die oneindig diepe stilte kon je zelfs dicht in de buurt van cameraman Guido van Gennep de camera met de 35 mm. film in de cassette horen ratelen. Dat was nou net weer niet de bedoeling…Zo is het altijd wat, in filmland.


Foto Els Vandevorst

 

Reactiemogelijkheid is gesloten.