Tiramisu, veelbelovend begin

God, wat begint Tiramisu veelbelovend.
Een actrice buigt op het toneel na afloop van ‘haar’ toneelstuk voor een volle zaal met applaudisserend publiek. Als ze in het felle licht de zaal inkijkt, ziet ze hoe op een voorste rij een man van middelbare leeftijd met een jonge vrouw de zaal verlaat. Terwijl ze langs de stoelen wegschuiven volgen we zijn blik; hij kijkt met zowel trots als weerzin naar de gehuldigde actrice op het toneel.
Misschien heb je op dat moment genoeg voorkennis, wetend dat deze over een gescheiden actrice gaat: Dit zal haar ex man dus zijn met een jonge, blonde vriendin. Terwijl je nog niet in de ogen van de actrice kijkt, zie je wel vanuit haar gezichtspunt de blik van de man. En voelt meteen dat het hier gaat om een pijnlijke liefdesaffaire, met daarbij gepaarde jaloezie, haat, afgunst en trots. En dit zich afspeelt in de wereld van het theater.
Punt. Hoezo, punt?
Nou, vervolgens zit je zomaar naar scènes te kijken, waarin Anneke Blok vreselijk haar best doet om het karakter ‘neer te zetten’, zoals het heet. Het ene cliché volgt het andere op. De veelbelovende spanning van de eerste scène is verdwenen.
Halverwege zie ik mezelf in het donker naar het doek kijken in de gezellige bioscoop De Uitkijk: Waar kijk ik nu eigenlijk naar? Naar een succesvolle actrice, die haar financiële leven niet op orde heeft, niet stil wil staan bij het verdriet en de schaamte van een scheiding en dit uit de weg gaat met het drinken van veel goede wijn, het kopen van peperdure schoenen en volop aanwezig zijn. Die getemperd wordt door een brave boekhouder met een even brave vrouw, die te weinig hebben van wat zij teveel heeft. Een actrice, die afwisselend wel en niet overweg kan met haar dochtertje.
‘LEUKE’ SCENETJES
Anneke Blok, Hollandse diva, mooi, stoer en flink, speelt en toch gebeurt er weinig. Het lijkt alsof je het script mee zit te lezen. ‘Leuke’ scènetjes, waar de scenarioschrijver erg blij mee is, volgen elkaar op. Mist dieptewerking, spanning en humor. Over schaamte wordt gesproken, maar niet zichtbaar gemaakt. En het pijnlijke van het ouder worden als actrice wordt duidelijk in een ‘leuk’ scènetje. Zoals de doos, waar een paar Prada schoenen in zat en waar nu bonnetjes in bewaard worden. De traktatie van het gemis. Dit alles onder het mom van een ‘feel good movie’. Alsof een ‘feel good movie’ geen diepte vereist.
Het door schade en schande overeind blijven van een gekrenkte, trotse vrouw met klein hartje is een emotie, die ik zou moeten herkennen en vele andere vrouwen in de zaal met mij. Maar ik voel geen treurig lachende tranen, zoals bij het Bette Midler spel. Flauw, en toch moet ik aan haar denken. Net zo’n flinke vrouw, die je kan emotioneren door te durven klein hartje te laten zien.
Ha, hij komt terug, de man, Gijs Scholten van Asschat. Daar is de spanning weer als in de eerste scène.

Hoe komt dat nou? Volgens mij heeft hij het begrepen en veel ervaring mee: In film spelen is eerder een kwestie van niks doen in plaats van wel. Kijken, blik op oneindig, weten dat je de man van die verlaten, trotse vrouw bent. Laten zien dat je emoties hebt, maar ze schamper verbergen en toch openbaren in het kijken. Die blik geeft een zekere troost. Er zit oud zeer in, iets onhandigs: ik weet het ook niet. Die blik is geoefend. Toch lijkt hij echt, echter. Hij kan veroorzaken dat je dan als toeschouwer vanzelf gaat lachen of huilen.
Eigenlijk jammer dat hij, die prick, uitgerekend die rol mag spelen. Ik had deze liever de actrice toebedacht.