Soms maken beelden indruk. Ze betekenen kennelijk meer dan zomaar een plaatje. Wat is de symboliek? Soms weet je het niet. Dat gebeurde tijdens die week in Tbilisi.
Een paar jaar geleden is de oeroude, vaak bezette stad geteisterd door een aardbeving. Nu wordt deze weer energiek opgebouwd. In Tbilisi wordt weinig Engels gesproken. Dus moet je je redden met enkele woorden en handen en voetenwerk. Een Nederlander hoeft alleen ‘Holland’ te zeggen en hoort dan enthousiast ‘Sandra!’ Sandra Roelofs uit Terneuzen is de populaire first lady, die veel voor dit land doet.
Bovenop de berg staat een gigantisch wit beeld van een vrouw met een zwaard. ‘Dat is Moeder Georgië’, vertelt de Georgische jongen, die ons gidst naar Hotel Kala in Bethlehem kucha = straat. In de nacht staat Moeder Georgië er wit en verlicht bij. Het spaarzame licht en de schaduwplekken maken haar eng als een strak, streng spook. Zij heft haar arm niet op, zoals het Vrijheidsbeeld, maar naar beneden. De lamp is haar zwaard.
In het park rondom het Stalin Museum in Gori groeit wild, hoog gras. Een groep zwerfhonden ligt in het park. Ze worden weggejaagd door een schoonmaker en verdwijnen jankend het park uit. Alsof het geregisseerd is, lopen ze op afstand van elkaar in de richting van het busterrein. Verjaagd en verlaten zwerven ze hongerig rond.
Rondom het houten huisje, waar Stalin in 1879 is geboren als Josef Dzhugashvili is een tempel gebouwd. Het huisje bestaat uit een kamertje met bedje, kast, tafel en stoelen, als van een dwerg. Erachter bevindt zich weer zo’n wit, strak standbeeld van Stalin in uniform. En er is de treinwagon, waarmee hij in 1945 vervoerd is naar Potsdam om na W.O. 2 de vrede te tekenen met wereldleiders Churchill en Chamberlan.
Het treininterieur is betimmerd met houten kamertjes en er is zelfs een keukentje met een Aga fornuis. Stalin’s kamertje heeft een badje, zo klein als in zijn dwerghuisje. Het is alom bekend dat Stalin zich ontpopte tot gruwelijk dictator. Hier in Gori wordt hij echter vereerd met museum, trein, standbeeld, plein en avenue. In het museum leidt een Duitssprekende gidse – meisje met donkere ogen en zwart lang haar – ons trappen op naar enorme museumzalen, waar vrijwel uitsluitend afbeeldingen van Stalin hangen: van jonge man – knappe, wilde revolutionair met sjaal in 1902 – tot stijve partijleider met snor en hooggesloten uniform na 1930.
De gidse dreunt een uit het hoofd geleerde tekst op hoe Stalin opgroeide in Gori als schoenmakerszoon en geschoold is in Tbilisi in de ondergrondse. Ze toont een maquette als een poppenhuis van een diepe schacht en ondergronds een miniatuur drukpersje. Bestaat het nog? Het bevindt zich ergens bij het Sheraton Hotel.
Wat is er van het ondergrondse huisje over? De volgende dag lopen we richting Sheraton Hotel. Het begint te regenen. We schuilen onder een boom in een straatje in de druilerige regen. Een man verschijnt. Wat willen we? Het ondergrondse huisje zien. De man gaat weg en komt even later in een aftands jeepje aanrijden en gebaart in te stappen. We rijden door modderige straatjes vol kuilen. Hij spreekt een paar woorden Engels; hij leert de taal om Internet te begrijpen. Naast hem in de auto ligt een versleten boekje Russisch-Engels. ‘Lunch’ is onderstreept. Hij zet ons af voor een roodoranje gekleurd gehavend gebouw en racet weg.
Een kale, donkere hal. In een hoek een tafeltje met rood kleedje, waarop borstbeelden van Stalin en Lenin met een boeket veldbloemen eronder. Een verjaard communistisch partijbureau, aftands en versleten. Vergane glorie van het communisme wordt gekoesterd door een aantal bejaarde mannen. Het is ook een museum.
Een energieke man leidt ons. Hij spreekt geen Engels of Duits, maar we kunnen hem volgen aan de hand van de afbeeldingen aan de muren. Hij leidt ons naar buiten naar het houten huisje. Het regent pijpenstelen. Hij toont een diepe put en gaat ons voor een wenteltrap naar beneden naar een donker gat. Helemaal onderin is de ruimte, waar de drukpers staat, helemaal verroest.
In 1990 is de kelder onder water komen te staan. Oh, symboliek. Dat is een jaar na de val van de muur.
Metro in de diepte
Nu nemen we de metro terug de diepte in. Als je op de houten roltrap staat lijkt het of je loodrecht naar beneden valt. Je neigt ernaar achterover te hellen; de mensen die uit de diepte komen hellen juist voorover.
In de metro zien we drie kinderen. Het oudste meisje loopt langs de passagiers als Charlie Chaplin met vergroeide voeten uit elkaar, een bidprentje in de ene hand en in de andere een bekertje munten. Een jongen en meisje volgen haar. Het jongste meisje is dun, ziet grijs als een muisje. Ze tonen vol trots het opgehaalde geld. Als het oudste meisje naast me gaat zitten, neem ik denkbeeldig alle kinderen mee.
Op straat zie je gele Nederlandse bussen rijden, ‘Sandra bussen’. Sandra regelde dat deze lading bussen naar Tbilisi is overgebracht. Nu wil ze uniforme gele taxi’s gaan instellen.
De taxi. Je hebt je hand nog niet opgestoken, of er stopt meteen een gammele wagen, Lada of ander merk. Dan onderhandel je met de taxichauffeur over de bestemming en prijs. Als deze geen Engels spreekt, gebruik je handen en voeten. Begrijp je elkaar, dan stap je in de aftandse wagen en de rit begint. Je wordt helemaal door elkaar gerammeld, alsof je in een botsautootje zit. Het verkeer komt rakelings op je af. Dan richt je je aandacht op details, zoals een bidprentje in de auto. Er zijn trouwens overal bidprentjes. Er wordt ook veel gebeden. Als de mensen een kerk passeren, stoppen ze ervoor en slaan devoot een kruisje.
Verlaten filmmuseum
Als we de taxi uitstappen, zien we een verlaten villa met verwaarloosde tuin met palmen. Ooit was dit een prachtige Méditerrane villa. Hier is het Filmmuseum gehuisvest.
Maar waar naar binnen? We lopen door een donkere hal. Er is niemand. Een trap op. We gaan een kamer in. Een meneertje komt tevoorschijn als duveltje uit doosje. Hij leidt ons naar een kamer. Overal dozen met blauwe enveloppen, waar filmfoto’s uitsteken. In een hoek zit een oude man in een pak achter een bureau. Hij moet een archivaris zijn. Ha, een boekenkast. Heeft hij een catalogus van de Georgische film?
Er komt een vrouw van middelbare leeftijd bij. Ze draagt een lange zwarte feestjurk met zilveren glitterband. Ze spreekt geen Engels. Er komt een jonge vrouw bij, die Frans spreekt. Er wordt druk gepraat, maar geen catalogus.
Spaarzaam verlicht warenhuis
We bevinden ons weer in de diepte van de metro, om uit te stappen op Rustavelis Gamziri. Naast de metro uitgang bevindt zich een spaarzaam verlicht warenhuis met houten roltrappen. Er worden tassen, sieraden, cd’s, fournituren verkocht. Op oude elektrische naaimachines naaien vrouwen gordijnen.
Bovenin, op de fournituren afdeling staan drommen vrouwen en meisjes kralen uit te zoeken met graaigrijp handjes. In een hoek, aan het plafond hangen rijen zelfgemaakte witte bruidsjurken, als een expositie in een galerie.
Folkzanger Bayar Sahin
Hotelbaas David van Hotel Kala nodigt me uit voor een tocht naar het Openluchtmuseum bovenop de berg, waar een folklore festival gehouden wordt. Hij moet een zanger ophalen, die daar zal optreden.
Zanger Bayar Sahin is net uit Turkije aangekomen. Hij heeft een staartje en draagt een halve broek en sandalen. Hij spreekt een beetje Duits. Op de vlakte is een groot podium, waar gerepeteerd wordt. Terwijl Sahin’s band op zijn beurt wacht, leidt David me langs originele Georgische houten huizen en boerderijen.
Sahin’s band zoekt verkoeling in de schaduw op de veranda van een houten huis voor een repetitie. De harmonica begint, daarna volgt de balalaika achtige gitaar en zetten de stemmen in.
Een plank van een houten bok op de veranda, de horens uitgekerfd als halve maantjes zij aan zij, precies en gedetailleerd als een Jan Schoonhoven reliëf.
Pastazakjes uitslurpen
David nodigt ons allemaal uit voor het diner in een restaurant. We gaan in een kamer in een apart huisje aan tafel zitten. Het voorgerecht is khinkali, in pastazakjes gevulde gehakt en bouillon; een flodderig gekookt meelzakje, dat je met beide handen tussen duim en wijsvinger beetpakt en uitzuigt zonder knoeien. Dat lukt me niet.
Als we daarna bij het festivalterrein aankomen heeft zich een menigte jonge mensen rondom het podium verzameld. Zanger Bayar blijkt populair: Onder luid applaus komt hij even later stoer het toneel op in een folkloristische, harige witte lange jas met een zwaard aan zijn riem. Als de band begint te spelen en hij te zingen, gaat het publiek uit zijn dak en probeert het podium op te komen om te dansen. Ze worden het podium afgegooid door mannen in zwarte kleding.
Het publiek klapt, danst, wiegt en beweegt de handen sierlijk en lenig uit de polsen. Een groep zangers ondersteunt Bayar. Ik raak gefascineerd door de dans en muziek. Na afloop wil Bayar iets afspreken, maar ik neem de vlucht.
Het is nog nacht als een taxichauffeur me naar het vliegveld brengt. Hij wacht tot ik ingecheckt ben. Ik wil hem een fooi geven, maar die wil hij niet aannemen.
Zo nu en dan wegdommelend lees ik onderweg het Nederlandse boek van ‘Sandra, First Lady of Georgia’, dat ik bij de Amerikaanse boekwinkel in de ramsj vond en besluit om terug te komen in Tbilisi. Er valt vast nog meer te ontdekken in het Oost-Europa van mijn voormoeders en vaders.
http://www.youtube.com/watch?v=U7srCKGg5gM