De Stier van Potter is het meest gekopieerd, zei Kees Franse

Ode aan de naïeve kunst

Tijdens een bezoek met E. aan het Arnhemse Museum voor Moderne Kunst voor de leuke tentoonstelling van Ravage, zag ik daar in de beeldentuin de grote houten Appel op het gras liggen. Net zo’n Appel als de met handtekeningen vol gekalkte wereldwijd bekende Schipholappel. Beroemder dan de maker van de Appels: Kees Franse.

Scan_20170618

Een week later vind ik bij het opruimen een interview met Kees Franse uit 1979. Ik kwam toen op bezoek bij hem in zijn Rotterdamse atelier om zijn unieke verzameling naïeve schilderijen te zien. Franse, te jong gestorven (13 juli 1982, nog geen 58) hechtte erg aan het persoonlijke en liefdevolle in de naïeve schilderkunst. Daarom een ode aan de naïeve kunst.

Sinds hij met schilderen was begonnen, verzamelde Kees Franse naïeve schilderijen. Hij was daar redelijk fanatiek in: ‘Zodra een schilderij op de markt te koop staat, word ik helemaal zenuwachtig, zo graag wil ik het hebben’, zei hij. Franse was een kleine man met een opvallend grappige mimiek en stem. In zijn atelier, een voormalige kleuterschool bij de Maasbrug, hing de schilderijencollectie naast, boven en onder elkaar. Op de Rotterdamse rommelmarkt tikte hij de schilderijen op de kop. Ze bestaan qua onderwerp uit twee delen: kopieën van de Stier van Potter en van een bepaald stilleven.

$_84

Franse: ‘Op de markt kwam ik naast kopieën van de Stier van Potter ook regelmatig een bepaald kitsch-stilleven tegen, waarop steeds dezelfde attributen staan: een smal glazen vaasje met een bolle onderkant met daarin twee orchideeën. Het vaasje staat op een gepolijst vlak, zodat het wordt weerspiegeld. Links hangt een paars gordijn en er moet een open bijouterie-doosje bij staan, waar een parelsnoer uit ligt.

Ik heb nu een stuk of twaalf van die stillevens. Ze zijn uit de twintigste eeuw, ik vermoed dat kitsch-schilders in de jaren 1920 zijn begonnen met het schilderen van die gewilde attributen die mensen mooi vinden. Daarmee legt de ware kitsch-schilder zich toe op een gemakkelijke verkoop. Hij heeft er eigenlijk geen liefde voor, werkt met een handigheid. Als vakwerk komt het lelijk over. Maar je hebt ook mensen die dat type stilleven zo mooi vinden dat ze het zelf gaan schilderen. De naïeve schilders bezitten niet de handigheid van de kitsch-schilder. Hun versies van dat stilleven komen daarom juist heel mooi over. Dat zie je aan de intensiteit of de liefde waarmee het gemaakt is. Als iemand met liefde iets maakt, wordt het altijd interessant om te zien. Een tekening krijgt ook iets speciaals als er aan wordt geknoeid. De schilder Saenredam – van de kerkinterieurs – heeft bijvoorbeeld vreselijk gestuft in zijn tekeningen. Hij kon het ook helemaal niet zo goed. Die kerken zijn ontzettend moeilijk om te tekenen; ze zijn bij hem op zijn schilderijen juist heel mooi geworden.’

FATALE VERGISSING

‘Het stilleven bestaat in principe alleen uit het vaasje met de orchidee en een gordijn. Sommige mensen vinden dit kennelijk het ultieme schilderij is. Alsof dat het enige echte schilderij is dat je aan de muur hoort te hangen boven het dressoir. Mensen hebben het gemaakt naar een plaatje, of uit hun herinnering. De één begaat dan de fatale vergissing het gordijn aan de verkeerde kant te schilderen. En ze vergeten soms de parelmoeren ketting. Het motief op het gordijn is ook vaak verschillend. Sommigen hebben de bobbel-plooien van het gordijn precies nagedaan. Een goede plooi in een gordijn schilderen gaat niet iedereen even gemakkelijk af…Het gaat me juist om de variatie. Zo zijn er ook stillevens met een ander vaasje. Dan heeft de schilder gewoon een vaasje genomen wat hij in huis had. Maar dat gebeurt meestal uit onkunde. Dan herinnert iemand zich niet meer welke voorwerpen op het stilleven horen te staan.

Als zo’n naïeve schilder zelf zo’n stilleven van een ‘echte’ kitsch-schilder zou hebben, zou hij dat waarschijnlijk veel mooier vinden dan z’n eigen schilderij. Ik vind juist van niet. Je kunt wel stellen dat wanneer Henri Rousseau le Douanier, de meest bekende naïeve schilder, het ‘echte’ schilderen had aangeleerd, hij een middelmatige schilder zou zijn geweest. Op de Academie (Franse gaf jarenlang schilderles aan de Willem de Kooning Academie) zat een hele naïeve jongen die prachtige tekeningen maakte van trams in de stad. Ik vroeg aan hem: Kan je de Stier van Potter voor me schilderen? Na een jaar vroeg ik hem: Hoe staat het ermee? Hij zei: “Ja, ja, het is nog niet af.” Maar in de loop van het daaropvolgende jaar was het nog steeds niet klaar. Enfin, hij heeft er drie jaar over gedaan, maar in de tussentijd hadden anderen hem schilderen geleerd op de Academie. Uiteindelijk kreeg ik een heel gewoon schilderijtje!

Schilderen is een zeer merkwaardig vak om les in te geven. Want als je een veiling zou houden van schilders die in de periode tussen 19 en 20ste eeuw beroemd zijn geworden, brengen hun schilderijen miljoenen op! En daar zit ook de douanebeambte Le Douanier tussen, misschien wel de beroemdste van allemaal. Maar hij had helemaal geen opleiding! Dus is het een idioot vak om les in te geven.’

STIER VAN POTTER

‘Je hebt nog een ander bepaald stilleven dat me interesseert, van een groen aardewerken gemberpotje met Oost-Indische kers erin. Je ziet het voor je, maar toch is het niet zo gemakkelijk te vinden. Onderwerpen als een boerderijtje, een vaas met bloemen, een weide met schapen komen vaker voor op schilderijen.

$_84 (1)

Als je mensen op straat zou vragen wat het beroemdste schilderij is dat ze kennen, zullen ze De Nachtwacht noemen, maar die wordt minder vaak geschilderd dan de Stier van Potter. Die is ook goed na te schilderen: aan de linkerkant van het doek de bomen met die man erbij. Wat hij daar staat te doen weet ik niet, maar op sommige schilderijtjes zie je dat hij tegen de boom staat te plassen.

Het kenmerk van m’n verzameling is dat ze uniek is en niet te koop. Voor een ander is het waardeloos, niet commercieel. Ik zoek niet, ik ontmoet. Ik loop op de rommelmarkt en ineens ontdek ik er één. Als er dan een afschuwelijke lijst omheen zit, vragen de kooplui er wel twee tot driehonderd gulden voor. Maar voor zo’n schilderijtje ergens in een hoek vragen ze bijna niks, al is het tien keer zo mooi. Ik heb er één voor 1 gulden gekocht.’

…Als je hetzelfde vaasje zou tegenkomen? ‘Nee, dat interesseert me niet.’

Vind je de Stier van Potter zelf een mooi schilderij? ‘Nee, helemaal niet. In de verzameling vind ik de mooiste die het meest mislukt zijn. Op de echte Stier van Potter staan wilgenbomen; de bladeren zijn net aan het uitkomen. Maar deze naïeve schilder bijvoorbeeld heeft er bomen in volle bloei van gemaakt. En de man achterdochtig glurend achter de boom geschilderd.’

Kijk je nog naar de verf, hoe oud het schilderij is? ‘Nee. Ik heb liever een schilderij dat me interesseert waar over tien jaar de verf van is afgebladderd dan een schilderij dat me niet interesseert, waar de verf duizend jaar op blijft zitten.

De grote houten appels die ik heb gemaakt, zijn van ongeprepareerd vurenhout. Het meest naturalistische is, dat ze wegrotten. Ze liggen ook weg te rotten. Tijdens de plaatsing van een zo’n Appel vroeg een aannemer aan me: “Maar ze beschadigen toch?!” Toen zei ik: Nee, ze beschadigen nooit. Als je een kachelhoutje doormidden breekt heb je toch ook geen ‘beschadigd kachelhoutje? Dan heb je twee kachelhoutjes!’

Achteraf gezien was zo’n raadselachtige opmerking typisch iets voor Franse. Een grappige man. Zo wordt hij ook gememoreerd. Hij had geen pretenties en een voorkeur voor het simpele en precieze. Eigenlijk net als de Appel, zijn meest geslaagde werk, dat als even anoniem is als de anonieme naïeve schilders uit zijn verzameling. Waar zijn collectie gebleven is zal ik toch eens navragen. De kopieën van de Stier van Potter en de stillevens kun je nu met één druk op de knop op Marktplaats vinden.

 

 

 

Posted in columns | Reageren uitgeschakeld

nieuwe collages

te zien in 

raamgalerie Franjo studio 

2e van der Helststraat 41 Amsterdam tot 31 januari 2017

IMG_0168

IMG_0171

Posted in columns | Reageren uitgeschakeld

Op de set van Brimstone in Hongarije

vlcsnap-2016-12-27-20h16m13s15 Beste allen, na een intensieve, inspirerende eerste draaiperiode beginnen we nu aan het tweede deel van dit avontuur. De tot dusver gedraaide beelden beloven heel veel. Daarom zijn we nu nog gemotiveerder, vooral omdat we weer omringd worden door een zeer getalenteerde crew en cast. We willen een aantal mensen die niet meer terugkomen bij deze draaiperiode hartelijk bedanken en nieuwe gezichten enthousiast verwelkomen. De locaties waar we opnamen maken in Oostenrijk en Hongarije zijn mooi en zullen ongetwijfeld iedereen inspireren. Ik wens jullie de wijsheid en kracht die tot een uitzonderlijk resultaat zullen leiden. Vooral wens ik jullie een geweldige tijd in het werk aan dit project dat mij en Martin heel dierbaar is‘ (inleiding van producent Els Vandevorst in het productieboekje van Brimstone).
22 november 2015. Hongarije. Het hotel met rode dakpannen waarin een deel van de cast en crew logeert, ligt op een heuvel, uitkijkend over het dorp Szilvásvárad (rond 2000 inwoners) in de provincie Heves. Szilvásvárad is vooral bekend om zijn Lipizzaner paarden. Het heeft de dag ervoor hard geregend, nu is het koel, helder weer. De zon schijnt, de lucht is koud en blauw met een enkel wit wolkje. Geen zuchtje wind. Prachtig weer voor het draaien van het tweede deel van de western Brimstone.
Bij hoge uitzondering mag ik een paar dagen mee met Els Vandevorst naar de set in Domaháza. Nieuwsgierig ben ik naar wat er bij deze opnames allemaal komt kijken. Voor het hotel staat een busje met chauffeur ons op te wachten. Het is een uur rijden naar de set. We zijn van tevoren telefonisch gewaarschuwd door productie coördinator Milou van der Kolff dat het modderig zal zijn. Er zijn weinig tegenliggers op de weg met vele bochten en hobbels, langs heuvels en dalen die ten slotte eindigt in een zandpad dat door de regen verworden is tot een modderbrij. De autobanden glijden er in weg. Zodra je uit het busje stapt, zinken je bergschoenen diep in de kleffe grond. Els, altijd op hoge hakken lopend, draagt dit keer eveneens bergschoenen.
Verderop, waar de basis is, liggen rubberen en ijzeren platen die een geïmproviseerd paadje vormen, waarlangs containers en caravans staan voor de cast en crew. Vanuit een brede catering-bus komen walmende paprikageuren je tegemoet. In een caravan is het productiekantoor. Hier maken mensen lange dagen. De sfeer is hectisch, chaotisch, Mensen, vermomd in dikke Michelin jassen en modderlaarzen lopen in en uit met telefoons en papieren; je hoort overal Nederlands, Engels, Duits en Hongaars.
We banen ons een weg door de modder in de richting van de set, waar van ver een puntdak en kruis te zien is van een sobere, groengrijs geschilderde houten kerk met ramen en een deur. De replica is in ‘Hongaarse stijl’ gebouwd met dikke balken, alsof de kerk eeuwig mee moet gaan. Waarom is de kerk niet wit? “Juist groen,” zegt production designer Floris Vos die in de gaten houdt dat er ‘geen foutjes, storende dingetjes’ in het beeld sluipen. Hij is meestal bij de opnamen, in ieder geval wanneer ‘iets’ voor het eerst in beeld komt. Volgens hem is enkel de set dresser (Marc Hammel) niet genoeg.
In het kerkinterieur staan houten banken, geverfd in een lichtgroene icoon kleur: ‘Zijn lievelingskleur’, weet Els. Op deze dag wordt de scène in en om de kerk uit Hoofdstuk 1 opgenomen. Uit het scenario:
EXT. KERK – DAG
In vogelperspectief zien we hoe de kerk volloopt, alsof God zelf op de gemeenschap neerkijkt.
INT. KERK – DAG
Blijkbaar is een nieuwe dominee een attractie van formaat, want de hele gemeente is op z’n zondagse best naar de kerk toegestroomd. In de houten banken zit iedereen frisgewassen en met nat gekamde haren te wachten op de nieuwe dominee. Sam speelt met het psalmenboek en laat deze net vallen als de dominee (THE REVEREND) zijn entree maakt.
Liz bukt om het gevallen boekje op te rapen en ziet niet hoe de dominee kalm door de kerk naar de kansel loopt. Zijn verschijning boezemt zichtbaar ontzag in bij de kerkgangers. We zien hem steeds van achteren. Aan de gezichten van de kerkgangers zien we dat The Reverend een opvallende verschijning is. Als hij de kansel opstapt, is het muisstil.
Liz ziet hoe Sam met open mond naar de nieuwe dominee kijkt. Het achtjarige meisje heeft nog een vieze mond van het eten, dus Liz pakt een zakdoek, maakt deze met haar lippen nat en veegt Sams mond af.
THE REVEREND
Beware of false prophets, which come
to you in sheep’s clothing, but inwardly,
they are ravening wolves.
Dit is het begin van de film, waarin de hoofdpersonen Liz en de Reverend worden geïntroduceerd. Liz leidt een gelukkig leven met weduwnaar Eli (William Houston) en zijn twee kinderen Sam (Ivy George) en Matthew (Jack Hollington). Ze is vroedvrouw. Tijdens deze scène wordt zij geconfronteerd met de nieuwe dominee die de gelovigen met een donderpreek overlaadt.
Als de kerkgangers de kerk verlaten, slaakt één van hen – een jonge, hoogzwangere vrouw Abigail (Charlotte Croft) – een kreet. Waarop zij de kerk wordt ingedragen, begeleid door haar moeder Ruth (Sue Maund) en man Nathan (Bill Tangradi). Zij wordt bijgestaan door Liz met haar pleegdochtertje Sam. Sam is Liz’ stem, Liz kan niet praten. Er is iets niet goed bij deze bevalling; er moet een keuze gemaakt worden tussen de moeder en het kind. Ruth, de moeder beslist hierover.
De kreet van de Engelse actrice Charlotte Croft in haar rol als Abigail wordt die dag en de volgende nog vaak gehoord; haar panische schreeuw echoot door de bergen, is in de verre omtrek te horen. Maar goed dat hier geen mensen wonen, anders hadden ze alarm geslagen, zo verontrustend klinkt het.
Er bevinden zich vijfenveertig figuranten en tachtig crewleden op de set. De figuranten gedragen zich kalm. Er zijn vele in het zwart geklede mannen met woeste baarden tussen. Sommigen mennen paard en wagen, anderen zitten op houten karren, terug in de geschiedenis.
Het eerste kraanshot wordt gedraaid, de camera hangt ver boven de kerk. Als de opnameleider met een megafoon om stilte vraagt, weerklinkt vooral zijn stem. Het is hier superstil. Er komt geen vliegtuig over in de lucht, nergens is het zoevende geluid van auto’s op een snelweg in de achtergrond te horen.

Filmen is stilte, wachten, draaien, opnemen, herhalen, repeteren. Het is op zich een prestatie dat acteurs tussendoor niet worden afgeleid, in hun rol weten te blijven. De kleding, de make-up, het kapsel helpt hierbij. Deze wordt aldoor bijgewerkt door snelle make-up assistenten die make-up tasjes bij zich dragen. Voor elk ding is iemand: er zijn mensen die de paarden regelen, het vervoer. Overal zijn runners, elektriciens, managers. Er is zelfs een nurse coordinator. Twee costume supervisors uit Berlijn zorgen voor de kleding. Je ziet ze regelmatig de moddervlekken van de lange jassen en rokken afschuinen.

vlcsnap-2016-12-27-20h35m32s94De figuranten-kerkgangers – mannen, vrouwen, kinderen – dragen zwarte kleding. leren laarsjes, kapjes, hoeden, strookjes, wijde rokken, lange onderrokken. De kleding is opvallend somber, elegant en functioneel. Costume designer Ellen Lens die haar vak goed vertegenwoordigt in haar gele jas en lange zwarte laklaarzen, vertelt dat vier Nederlandse en Duitse kleermakers kleding genaaid hebben. Om de kleding er niet artificieel, maar juist echt te laten uitzien is deze soms expres verweerd en versleten gemaakt door zogenoemde ‘textile artists’ uit Berlijn
Ellen: ‘Zij werken als alchemisten met pruttelende pannen waarin textiel, kleding gedoopt wordt.’ Van sommige kostuums zijn meerdere kopieën, voor het geval dat ze onbruikbaar zijn geworden.
Veel kleding is afkomstig van het befaamde kledingverhuurbedrijf Sastreria Cornejo in Madrid. Het bedrijf is volgens Ellen ook ‘heel goed’ in accessoires die ze voor Brimstone goed kon gebruiken:
‘Ze hebben een geweldige voorraad laarzen, hoeden en riemen. In het Calvinisme mag niet veel aan tierelantijntjes. Een rok is een rok en een blouse en blouse, maar ik denk dat ieder mens toch wil versieren, decoreren. Mutsjes hebben we weggelaten omdat het te tijdsbepalend is. Ik houd er rekening mee met hoe de structuur van de stof in beeld overkomt. Omdat ik met zoveel donkere kleuren werk, is het nodig structuur aan te brengen, dimensie aan te geven. Smokwerk, kantjes, plooitjes, naadjes, knopen zijn er allemaal heel bewust aangezet om het los uit te laten komen in het beeld.’
Dat Ellen heel bewust karakters aankleedt, blijkt wel als Els aan haar vraagt of ze een jurk voor haar wil ontwerpen voor de filmpremière. Ellen: ‘ik bedenk altijd kleding voor karakters. Als ik een film zou doen met een producent in de hoofdrol en jou hiervoor als referentie zou gebruiken, dan kan ik feilloos je kledingkeuzes vertalen’.

Guy Peace draagt zijn dienstkleding: een lange, zwarte jas. Met zijn armen en handen op zijn rug loopt hij rondjes om de set en komt dan op Els af om voor een praatje. Ze hebben het over de extra benodigdheden voor zijn rol. Zo bespreken ze met elkaar of zijn bruin getinte contactlenzen – nodig voor een donkere uitstraling – goed bevallen. In zijn gezicht en hals heeft hij littekens, alsof zijn hals ooit is doorgesneden – net echt – uitgevoerd door het special effects team. Daarnaast heeft de Australiër geleerd Engels te spreken met een Nederlands accent onder leiding van een accent-coach uit Los Angeles (‘de beste’, volgens Els). Pearce laat blijken zich in de negentiende-eeuwse periode te verdiepen; zo verwondert hij zich er over dat mensen in zo’n tijd hebben kunnen existeren, gezien het zware leven dat zij hebben geleid. Om daarna over te gaan op de hedendaagse gym in het hotel die hij wil gebruiken, maar dan wel alleen, zonder andere gasten. Het is even wennen aan het Hongaarse leven; als hij iets vraagt aan bewoners, dirigeren ze hem steeds ergens naar toe. Zegt hij dan niet: ‘weet je wel wie ik ben?” Pearce: “Dat helpt helemaal niet” Buiten dat vindt dat hij op den duur niet teveel slechte karakters moet spelen, dat is slecht voor zijn imago. Na het gesprekje gaat hij in zijn Brimstone filmstoel zitten. Net als Martin Koolhoven die bij deze scenes buiten in zijn regisseursstoel zit, kijkt en overlegt met Rogier Stoffers. De cameraman is vrijwel onzichtbaar met grip-assistenten om zich heen.

Er wordt wel beweerd dat een producent het rustiger krijgt als de draaiperiode is, maar dit geldt niet voor Els Vandevorst. Zij is aldoor op en rond de set, haar telefoon is haar kantoor. Als ze op deze stille plek bereik heeft, voert ze gesprekken met de managing directors van Film Finance in Londen, de completion bond. Het tijdsschema wordt door hen nauwlettend in de gaten gehouden.
Terwijl Els belt en belt, wordt een rijer gedraaid van kerkgangers die de kerk uitlopen. Het licht veroorzaakt lange schaduwen. Opnieuw klinkt de schreeuw van de zwangere vrouw Abigail in het rijtuig. Daarna wordt een close up van Liz opgenomen die de schreeuw hoort. De Italiaanse fotograaf Philippe Antonello maakt ondertussen stills.
Na een lange draaidag worden die avond flessen Hongaarse Sauvignon aangerukt aan tafel in het hotel-restaurant met Martin Koolhoven, production designers Floris Vos en Maarten Piersma, Els en ik. Het gesprek begint over het buffet (‘je kunt je toch niet voorstellen dat mensen uit de omgeving hier uit eten gaan!’ roept Koolhoven lichtelijk verontwaardigd) en gaat dan verder over de voor-en nadelen van het filmen in Hongarije. Als de Belgische Els Rastelli die script-continuity doet, zegt dat ze uit ervaring weet dat met Roemenen goed te werken is, reageren regisseur en producent verrast: filmen in Roemenië is hen juist door anderen afgeraden.
Vaak leiden cast en crew tijdens zo’n opnameperiode zo’n afgeschermd leven, dat het lijkt of de gebeurtenissen in het nieuws aan ze voorbijgaan. Hier niet. De terroristische beschieting in Parijs vormt de aanleiding tot een discussie over toeval en voorbestemming. In de pers zijn verhalen verschenen over mensen die op het nippertje aan de beschieting zijn ontkomen. Zo was er een verhaal over een man die zowel 9/11 in New York als ‘Parijs’ had overleefd. Zou je op zo’n moment in God geloven of is dit toeval? Hoewel die toevalligheden altijd gebeuren, maar op die momenten pas echt opvallen, ben je toch geneigd te denken: Is er (n)iets meer dan dat? Els gelooft in voorbestemming.
Vervolgens begint Martin een rede te houden over oorzaak en gevolg in de samenleving. In de lobby zet hij zijn rede over de toekomst voort, legt uit wat de oorzaak zal zijn van de toekomstige ‘big bang’. Geleerden hebben het aangetoond en voorgespeld. ‘Natuurlijk’ wil hij hier een film over maken.
Dit is een kans hem te vragen waarom hij nu deze film maakt waarin religie een rol speelt. Hij noemt het een ‘spannend verhaal’ en verlegt het naar het tv-programma Spoorloos. Hij meent dat dit niet interessant is omdat de kijkers niets komen te weten over de gezochte persoon, wat hij heeft meegemaakt en doorleefd: ‘als je dat kunt volgen, wordt het pas echt interessant, spannend.

SPANNEND VERHAAL

’Koolhovens’ uitleg over het ‘spannende verhaal’ als motief komt overeen met het antwoord van scenarioschrijfster Mieke de Jong toen ik haar eerder vroeg welke betekenis een film als Brimstone nu kan hebben. Al vond ze dat ze dit niet voor hem kon beantwoorden, zei ze toch: ‘ik zou zeggen: voor het plezier van film maken. Een film als Brimstone is een regisseursfilm. Hij schept zichzelf voorwaarden dat te laten zien. In dat opzicht denk ik dat je in het verhaal van Brimstone niet naar maatschappijkritische of filosofische waarheden moet gaan zoeken. Hij heeft een goed verhaal willen vertellen en dat is dit geworden. Hij is bezig met verhalen vertellen. En niet – wat hij natuurlijk ook goed kan – allerlei bespiegelingen, filosofieën en ideeën te verkondigen. En misschien is dat maar goed ook!’

Waarom goed?
‘Omdat het dan wel eens een heel moralistische film zou kunnen worden; drammerig, belerend. Dat zou je ook niet willen. Misschien zegt hij: ik heb het er wel in zitten, alleen zo subtiel, dat het niet opvalt. Natuurlijk beweert hij iets over religie in de film. De religie is zodanig neergezet, zo stellig en knettergek, dat je daar niet heel serieus over na hoeft te denken.’
Zeg je soms – het heeft zo’n afstand dat het bijna komisch absurd kan zijn?
‘Niet zozeer komisch. Hij schetst een zodanige vorm van religie…natuurlijk kun je zeggen, het is een soort IS wat daar gebeurt. Ik denk niet dat hij dit wil vertellen, maar weet dat niet precies. Toen wij begonnen, bestond IS in onze ogen nog niet, dus daar hebben we het niet over gehad. Maar wel over hoe de greep van godsdienst je in bezit kan nemen. Veel vaker hadden we het over de karakters. Over dat als je op de vlucht slaat, wat je dan tegen kunt komen, wat je er voor over hebt, hoe ver Liz daarin gaat, of je kunt geloven in wat zij doet en wat al niet meer, zoals: wanneer wil je liever dood en wanneer toch doorleven?’
Dit zijn psychologische beschrijvingen, baseer je je op geschiedenissen?
‘Misschien heeft Martin wel ergens iets gelezen, maar daar hebben wij het niet over gehad. Het is het dagelijkse leven van een scenarist te kijken en te denken: geloof ik dit allemaal? Zal dit karakter dit kunnen doen? En je daarbij bedenkt: kan het nog mooier, beter, veelzeggender gebeuren? Hoe haal ik er het meeste uit om deze scène? Dan is het Martin die het zo indrukwekkend mogelijk maakt in de actie, het geweld en het verloop. Ik probeer dat op psychologisch gebied.’

vlcsnap-2016-12-27-20h16m57s229

Dinsdag. Het heeft gevroren. Els is moe. Er is al zoveel gedraaid, het is zo’n lange draaiperiode, er zijn zoveel problemen geweest en zijn er nog steeds. Als we naar de set vertrekken met Els en Niko Post in het busje, voelt Niko zich niet lekker. Hij wordt onderweg weer door iemand van de completion bond gebeld. Els is weer aan de telefoon. Dit keer gaat het over de filmposter, een foto shoot en een verschil van mening met de sales agent.
Het is herfstig winterlicht. Op de set worden de kerkinterieur-scènes gedraaid waarin Abigail moet bevallen. Hierin is een special effect toegepast van een mechanisch babyhandje dat op afstand subtiel in beweging kan worden gebracht.
Buiten de kerk bij de geluidsopnameleider vanachter het mixpaneel, kijken we naar het scherm en horen het geluid van de scène via de koptelefoon. De figuranten-kerkgangers staan ondertussen bij de kerk te wachten. Zodra het pauze is, gaan ze roken en sms’en. Het is een surreëel beeld, zo’n glanzende Ik-telefoon in de handen van een vrouw in strenge kleding uit de 19e eeuw. De catering serveert ondertussen een lunch, draagt ladingen Frankfurters en Hongaarse worstbroodjes aan.

AMERICAN GOTHIC

Els praat met fotograaf Philippe over de foto shoot. Hij heeft het idee om het American Gothic schilderij van de boer met hooivork en zijn vrouw te gebruiken als inspiratie. Zowel de kleding, de houding, de blik van de acteurs komen aan bod voor de publiciteitsfoto’s.
Het bleke gezicht en kapsel van omhoog gestoken vlechten van actrice Dakota Fanning wordt intussen bij gewerkt door de make-up. Ze is gekleed in een jurk-jas, die speciaal voor haar is gemaakt door Pelger & Van Laar in Amsterdam, specialisten in operakostuums. Noemenswaard, omdat aan alles is gedacht. Zo is de stof gesneden met een ronde mouw, waardoor ze veel bewegingsvrijheid houdt.
Om haar heen jagen kinderen, gekleed in negentiende eeuwse zwarte pakjes, achter elkaar aan, rollen in het gras, hebben de tijd van hun leven.
Overtuigend is de kind-actrice Ivy George in de rol van Sam. Het Amerikaanse meisje – gekleed in een lang, perfect zittend gestreept jasje – is met haar familie George – vader, moeder, broer en zus – op de set. Het gezin reist met haar mee, leeft van haar film- en televisie-inkomsten en de ouders geven de kinderen onderwijs. Terwijl Ivy’s moeder Christa de kerkinterieurscène buiten via de monitor nauwlettend volgt, vertelt ze dat niet alleen Ivy, maar ook haar broer acteertalent heeft. Het is niet op te maken of ze zo’n fanatieke moeder is die haar kind als kindsterretje wil pushen, zoals actrice Anna Magnani in haar onvergetelijke rol in de film Bellissima (1951) van Visconti.
Vele shots worden in één keer opgenomen. Voor Stoffers is het prettig werken. Rogier: ‘Op Amerikaanse sets geldt, hoe meer shots je hebt, hoe beter het is. Daar draaien ze honderd dingen. Dan vraag ik: “weet je zeker dat je dat wilt hebben?” Heel vaak heb je daar als cameraman geen invloed op. Martin en ik hebben juist het tegenovergestelde, namelijk dat je alleen wilt hebben wat je in je hoofd hebt en er verder niks bij hoeft.’
Tijdens het wachten maakt geluidstechnicus Kasper van Wieringen een foto van Els tussen de figuranten en deelt daarna pepernoten uit. Hij moet wat overhouden voor Guy, zegt hij. Dat Pearce ineens zo op de ‘Dutch goodies’ valt, is op de filmset een smakelijke roddel. Ver voordat de gossipbladen in de gaten kregen dat Carice van Houten en Guy Pearce sinds de opnamen in Duitsland samen iets moois hebben. Ze zijn aan elkaar voorgesteld door Els. Natuurlijk Els.
Maar dan loopt de regie uit. Els wil zich er niet mee bemoeien, de regieassistent en productieleiding moeten hier voor zorgen. Zodra de zon ondergaat achter de bergen wordt het echt heel koud. Als Els en ik van de set weglopen, komt Nico haar tegemoet: hij heeft weer een akkefietje waar hij haar dringend voor nodig heeft…
De volgende dag rijdt een oudere Engelsman in het busje mee naar de set: het is Chris, één van de coördinators van de completion bond die vanuit Budapest – waar hij woont – naar Szilvásvárad is gereisd om poolshoogte te komen nemen. Hij lijkt niet echt goed voorbereid op een bezoek aan de set in zijn regenjas en normale schoenen.
Zodra hij in het busje zit, begint hij filmmemoires op te halen uit de tijd dat hij met de Amerikaanse acteur George Segal in Praag was blijven steken bij de inval van het Warschaupact tijdens de Praagse Lente in 1968. Ze hadden toen de opnamen moeten stoppen van de oorlogsfilm The Bridge at Remagen (1969), over de verovering van de brug bij Remagen in Duitsland in 1945. Omdat ze niet op de oorspronkelijke plek mochten filmen, waren ze juist naar Tsjechoslowakije uitgeweken waar net zo’n brug aan de Moldau lag, maar helaas. Het gevolg was dat hij en Segal dagenlang doorbrachten in een Praags café en zij uiteindelijk met de hele cast en crew als ‘staatsgevaarlijk’ het land waren uitgezet.
Hij verspreidt echter zo’n halitose, dat we verder geen vragen meer durven te stellen naar aanleiding van zijn – op zich – interessante verhaal dat weer bewijst hoe raar het kan lopen in de film. Hoe ze de film toch afmaakten komen we dus niet te weten van Chris, die directeur is geweest van de filmstudio in Budapest, waar de opnamen van Brimstone zullen worden voortgezet in december. In het busje rijden we terug naar Budapest waar hij wordt afgezet.

Ik vlieg terug naar Amsterdam met de jongens van de special effects. In hun tassen dragen zij onder meer de special effects namaakbaby mee.
Op het vliegveld komen we de actrices Charlotte Croft en Sue Maund zomaar in het wild tegen. Het is een raar gezicht die twee ineens te treffen in hun ware gedaante. In kleurige kleding staat Charlotte op de luchthaven te zwaaien, terwijl we haar de afgelopen twee dagen in haar rol als Abigail veelal in close up met een bleek, pijnlijk, vertrokken gezicht gezien hebben en haar vele angstaanjagende kreten hebben horen slaken. Als het zo’n opluchting geeft haar zo vrolijk lachend te zien, moet haar scène toch wel als een nachtmerrie op me over zijn gekomen.
(voorpublicatie van boek over Els Vandevorst en de productie van Brimstone).

vlcsnap-2016-12-27-20h13m59s114

Posted in columns, over beeld, over film, over mensen, over reizen | Reageren uitgeschakeld